Prijswinnaars 2006
Reglement SBP 2008  
 

 

REGLEMENT SCHOLENBOUWPRIJS 2008

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1
In het reglement wordt verstaan onder:

  1. de prijs: de Scholenbouwprijs ‘2008’;
  2. de minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  3. het project: een gerealiseerd bouwwerk, dan wel een gerealiseerde aanpassing van bestaand bouwwerk, dat wordt beoordeeld op zijn architectonische en innovatieve kwaliteiten, volgens de bepalingen van dit reglement.

Artikel 2

  1. De prijs kan worden toegekend aan de opdrachtgever van één (of meer) project(en) in de scholenbouw (onderwijshuisvesting), die een hoge integrale kwaliteit laten zien.
  2. De prijs bestaat uit:
    a.   De Scholenbouwprijs: een prijs die wordt toegekend aan de - naar oordeel van de jury - beste combinatie van een geïnspireerd opdrachtgeverschap, goede
          samenwerking van participanten in het bouwproces en een gerealiseerd schoolgebouw met een hoge kwaliteit.
    b.   De Vernieuwingsprijs:  een prijs die wordt toegekend aan de - naar oordeel van de jury - projecten die aansprekende vernieuwende elementen/ideeën       bevatten, passend binnen de thematiek van de Scholenbouwprijs.

Artikel 3

  1. De prijs wordt eenmaal per twee jaar uitgereikt, voor de eerste maal in 1992.
  2. De projecten zijn gerealiseerde bouwwerken dan wel projecten in een voorbereidend stadium, die worden beoordeeld op hun architectonische en innovatieve kwaliteit, volgens de bepalingen van dit reglement.

Artikel 4
Voor de prijs beschreven in artikel 2, lid 2a, komen de projecten in aanmerking die zijn opgeleverd in één van de twee jaren, voorafgaande aan het jaar waarin de prijs wordt uitgereikt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, onder d.

Artikel 5
Het winnende project wordt geselecteerd door een jury, die daarmee tevens bepaalt welke opdrachtgever in aanmerking komt voor toekenning van de prijs.

Artikel 6
De minister maakt het winnende project bekend en reikt de prijs uit aan de winnende opdrachtgever.

Artikel 7
De Scholenbouwprijs kent twee prijzen: de Scholenbouwprijs primair onderwijs en de Scholenbouwprijs voortgezet onderwijs.

Hoofdstuk 2.  De jury

Artikel 8

  1. De jury bestaat uit een voorzitter en zes leden. De leden worden aangezocht uit kringen van architecten, onderwijskundigen, VNG, schoolleiders en (mogelijk) gebruikers.
  2. Daarbij wordt de rijksbouwmeester uitgenodigd in de jury zitting te nemen, danwel daarvoor een plaatsvervanger aan te wijzen.

Artikel 9

  1. De voorzitter en de leden van de jury, bedoeld in artikel 8.1, worden benoemd door de minister. Zij worden voorgedragen door ICSadviseurs.
  2. Herbenoeming is mogelijk.

Artikel 10

  1. Een jurylid dat op enigerlei wijze betrokken is bij een in aanmerking komend project, doet hiervan onverwijld mededeling aan de overige leden van de jury.
  2. Uitgesloten van toekenning van een prijs is een project, waarbij sprake is van een zodanige betrokkenheid van één of meer juryleden, dat redelijkerwijze kan worden getwijfeld aan het onpartijdig oordeel van die juryleden.

Artikel 11
De juryleden vertegenwoordigen geen enkele instantie; zij nemen deel aan het werk van de jury zonder last en ruggespraak.

Artikel 12
De juryleden zijn verplicht tot geheimhouding van alle informatie, die hen in de functie van jurylid bekend wordt.

Artikel 13

  1. De juryleden kunnen zich niet door een ander laten vervangen.
  2. De minister kan een lid van de jury vervangen:

a. op diens schriftelijk verzoek;
b. na diens overlijden;
c. ingeval van ziekte of andere ontstentenis het aantal beschikbare juryleden minder bedraagt dan        
    vereist ingevolge artikel 24.


Artikel 14

  1. De voorzitter wijst één van de juryleden aan als diens plaatsvervanger.
  2. De jury zal worden bijgestaan door een secretariaat. Dit wordt verzorgd door ICSadviseurs.
  3. Leden van het secretariaat hebben geen stemrecht.
  4. De werkzaamheden van het secretariaat worden bepaald door ICSadviseurs in overleg met de juryvoorzitter.

Artikel 15
Alvorens zijn w
erkzaamheden als lid van de jury aan te vangen, verklaart elk lid van de jury dat hij of zij nauwgezet aan de bepalingen in dit reglement de hand zal houden.

Artikel 16
De jury wordt door de minister ontbonden na het beëindigen van haar werkzaamheden.

Hoofdstuk 3. In aanmerking komende projecten

Artikel 17
Om in aanmerking te kunnen komen, dient een project te voldoen aan de criteria, vermeld onder 17a tot en met 17d:

a. Het project dient een object van scholenbouw te zijn, zowel nieuwbouw als hergebruik, volgens   per uitreiking van de prijs nader te bepalen regels. Voor 2008 heeft de prijs betrekking op instellingen voor het primair en voortgezet onderwijs.

b. Het project dient te zijn gerealiseerd in Nederland.

c. Het onderwijs dat in het project wordt verzorgd, wordt door de Nederlandse overheid bekostigt.

d. De stichtingskosten van het project dienen minimaal € 500.000,- exclusief grondkosten en BTW te bedragen, met inachtneming van NEN 2631.

e. Het project voor de prijs ad. artikel 2, lid 2a, dient bouwkundig te zijn opgeleverd in de periode van twee jaren voorafgaand aan het jaar van de prijsuitreiking, voor 2008: 1 september 2006 tot 1 september 2008, waarbij de datum van de overdracht van het geheel, dan wel van de laatste fase van het project van bouwbedrijf aan de directie bepalend is.

f.Zowel het gebouw als de directe omgeving dient, voorzover van toepassing, te voldoen aan de eisen met betrekking tot het toegankelijk ontwerpen en bouwen voor mensen met een handicap, zoals omschreven in het boek ‘Handboek toegankelijkheid’.

Artikel 18
Indien sprake is van een geïntegreerd project, dient het scholenbouwgedeelte aan de criteria, zoals vermeld in artikel 17 te voldoen.

Artikel 19
Indien bij het winnende project sprake is van een project met meerdere opdrachtgevers, bepaalt de jury de meest in aanmerking komende opdrachtgever, onder vermelding van de overige opdrachtgevers in het juryrapport.

Hoofdstuk 4. De werkzaamheden van de jury

Artikel 20
De jury inventariseert de naar haar mening in aanmerking komende projecten binnen de voorwaarden van hoofdstuk 3.

Artikel 21
Per project wordt vastgesteld door de jury welke elementen de aandacht verdienen door hoge kwaliteit en welke bijdragen hieraan door de opdrachtgever, dan wel door de samenwerking van participanten is geleverd.

Artikel 22
Bij de beoordeling en selectie betrekt de jury in elk geval de volgende elementen, waarbij de jury naar eigen inzicht een prioriteit kan aanbrengen:
a.    het totale proces van totstandkoming of planvorming;
b.    kwaliteit en inventiviteit in denken, vormgeven, bouwen, constructie, materiaalgebruik en dergelijke;
c.    kwaliteit in architectuur, stedenbouwkundige of landschappelijke inpassing, toegepaste kunst,detaillering, materiaaltoepassing en gebruik van kleur;
d.    duurzaam en gezond bouwen, waaronder aandacht voor milieu, onderhoud en energie;
e.    functionaliteit;
f.     multifunctioneel gebruik;
g.    kosten.

Artikel 23
De jury zal voor het vormen van haar eindoordeel tenminste zes genomineerde projecten bezoeken.

Artikel 24

  1. De jury neemt haar besluiten met gewone meerderheid van stemmen.
  2. Bij stemmingen is een quorum van meerderheid van juryleden vereist.
  3. Voor het vaststellen van het juryrapport en de eindconclusie, zal het aantal aanwezige stemgerechtigde leden (inclusief de voorzitter en rijksbouwmeester, of diens plaatsvervanger) tenminste vijf dienen te bedragen.
  4. In het geval dat de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

Artikel 25

  1. Het juryrapport bevat in elk geval een gedetailleerde motivering van de beweegredenen van de jury bij het bepalen welke opdrachtgever in aanmerking komt voor toekenning van de prijzen en eventueel eervolle vermelding(en).
  2. Overwegingen en informatie betreffende andere projecten worden zodanig geformuleerd, dat daaruit niet valt af te leiden welke andere projecten bij de selectie zijn betrokken.
  3. Participanten, die naar het oordeel van de jury een bijzondere bijdrage aan de winnende en vermelde projecten hebben geleverd, kunnen in het juryrapport worden vermeld; een dergelijke vermelding leidt niet tot toekenning van enige prijs.

Hoofdstuk 5. De prijs

Artikel 26
De prijzen worden beschikbaar gesteld door de Staat der Nederlanden, in deze vertegenwoordigd door de minister, en bestaan uit:

Voor de prijs beschreven in artikel 2, lid 2a, een bedrag van € 15.000,- voor de twee prijzen (dit bedrag dient te worden besteed aan activiteiten of voorzieningen) die rechtstreeks verband houden met het bekroonde project.
Voor de prijs beschreven in artikel 2, lid 2b, een bedrag van € 8.500,-.


Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 27
Alvorens de prijs te aanvaarden, verklaart de prijswinnaar schriftelijk dat hij toestemming verleent, of zal doen verlenen, om het project te publiceren en afbeeldingen ervan te doen verveelvoudigen, door de jury en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, zonder dat daarvoor de jury of de Staat aan de winnaar of enig ander auteursrechthebbende op het project, vergoedingen verschuldigd zijn.

Artikel 28
Vaststelling en wijziging van dit reglement geschiedt door de minister.

Artikel 29
Dit reglement treedt in werking te rekenen vanaf 1 januari 2008.

Artikel 30
Dit reglement kan worden aangehaald als ‘reglement Scholenbouwprijs 2008’.

Aldus opgesteld te ‘s-Gravenhage
Op
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap


 
...............................................................................................................................................................................